Door Ruth Scheer

Dit verhaal gaat over geweld. Huiselijk geweld, seksueel geweld. Deze verhalen ken ik vanuit mijn werk en vanuit mijn leven. Ik heb vele verhalen gehoord en ik heb geprobeerd om er één verhaal van te maken. Ik schrijf het verhaal vanuit mezelf. Het is een fictief verhaalEr komen dus stukken in het verhaal voor die ik zelf heb meegemaakt en andere niet. Wat ik zelf heb meegemaakt en wat niet is niet belangrijk. Het is een verhaal wat ik heb geschreven omdat ik het belangrijk vind om te vertellen wat huiselijk en seksueel geweld is en wat het doet met iedereen die er mee te maken heeft en wat het met kinderen doet. Wat geheimen kunnen doen met kinderen. Op deze manier hoop ik je te inspireren om iets te doen, om het te helpen stoppen, om een vicieuze cirkel te doorbreken…

Ik schrijf het verhaal in delen. Het eerste deel is geweld en misbruik vanuit de ogen van het kind. Wat zien kinderen, wat horen ze, wat voelen ze? En wat kan geweld doen met kinderen. Daarna zal ik een stuk schrijven over de pubertijd. Een belangrijke fase in het volwassen worden. Een fase waarin je bepaalde normen en waarden eigen probeert te maken. Waarin je probeert op eigen benen te staan maar hoe doe je dat als je geweldervaringen hebt meegemaakt en je een bepaald voorbeeld hebt gehad.
Als laatste probeer ik uit te leggen hoe het is om als volwassene en weg te vinden in het leven. In het leven waarin je geweld hebt meegemaakt. Hoe de effecten van het slachtoffer zijn van geweld invloed hebben op het leven wat je leidt als volwassene.

Het verhaal wat ik je wil vertellen begint jaren geleden…

Herinneringen… Vele herinneringen heb ik nog. Jaren terug… Ze komen zomaar voorbij flitsen. Ik zie ze, ik ruik bepaalde geuren en voel ze bij de warmte van de zon of bij de kou van een oosterse wind in de winter. Ruzie, ik haat het woord. De betekenis er van. De gevoelens die het woord naar boven haalt. Boosheid, verdriet en onmacht. Er was ruzie. Heel veel ruzie. In het begin waren de ruzies vooral in de avond als mijn ouders dachten dat wij lagen te slapen. 7 jaar was ik toen. Blonde haren en blauwe ogen. ’s Avonds in mijn bed, onder mijn Minnie Mousse dekbed. Roze met wit, een lachende Minnie Mouse met ballonnen in haar hand. Ze keek me recht aan met haar grote ogen alsof ze tegen mij wilde zeggen dat alles goed zou komen. Wanneer mijn moeder het dekbed wilde wassen was ik overstuur. Ik had mijn Minnie Mouse nodig maar kon haar dat niet uitleggen. Ik hield helemaal niet van roze maar dat dekbedovertrek zorgde ervoor dat ik niks kon horen. Dat ik veilig zou zijn, dat alles goed zou komen. Ik had die lachende Minnie Mouse nodig.
In het donker. Harde geluiden. Geschreeuw, gehuil, het geluid van spullen die kapot worden gemaakt. Het dekbed verder over mijn hoofd om niks te hoeven horen of wil ik het toch wel horen? Zal ik toch heen gaan? Zeggen dat ik buikpijn heb? Oh nee dat heb ik laatst al gezegd… Uhm hoofdpijn dan of oorpijn? Wat moet ik doen? Ik heb het warm. Mijn hart klopt snel. Zou mijn broertje nog wakker zijn? Misschien kan ik even naar hem toe gaan? Maar straks horen ze me en wat gebeurt er dan? Wat moet ik doen? Heengaan of blijven liggen? Als ik heen ga worden ze misschien wel boos maar als ik niet heen ga zullen de ruzies misschien niet stoppen… En ik moet papa en mama daar misschien wel bij helpen… Ze helpen om te stoppen het maken van ruzie. Ik wil geen ruzie, waarom willen zij dat dan wel? Waarom maken ze ruzie? Ik begrijp het niet. Mama is altijd zo lief, ja soms doet ze wel eens boos maar papa is dat ook. Hij is ook vaak heel lief, dan neemt hij ons mee naar de speeltuin of naar het zwembad. Dat is zo gezellig en maakt me blij. En mama leest altijd van die leuke verhaaltjes voor. Ze kan dan stemmetjes doen en grapjes maken. Hoe kan het dat ze dan zo boos worden? En hoe kan het dat niemand ons helpt? Horen onze buren ons niet? Wat zou er gebeuren als ze ons wel horen? Bellen ze dan de politie? En straks worden mijn papa en mama meegenomen naar de gevangenis? Waar moet ik dan heen? Dat wil ik niet! Ik wil bij mijn papa en mama blijven. Wat zou er gebeuren als ze ruzie maken met elkaar? Ik hoor een iets van glas dat kapot wordt gegooid. Of zou papa iets op mama hebben gegooid? Straks maakt papa haar dood. Of gaan ze allebei dood. Ik wil niet dat ze dood gaan. Ik wil dat het stopt, ik houd mijn knuffelkonijn stevig vast. Soms praat ik met haar. Ze heeft Knuf en ze kent al mijn geheimen. Ze troost me als ik verdrietig ben. Soms mag ze niet bij mij slapen van papa en mama, als ik straf heb bijvoorbeeld. Ik slaap dan de hele nacht niet.

Soms zijn papa en mama boos op mij. Als ik dingen doe die niet mogen. Als ik stiekem een snoepje uit de kast pak bijvoorbeeld of als ik te laat thuis kom van school. Wanneer ik mijn avondeten niet wil opeten of wanneer ik niet naar bed wil. Ik vind het niet leuk als ze boos op mij zijn maar ik begrijp het wel. Ik moet dan ook gewoon luisteren maar soms lukt dat niet zo goed. Ik weet ook niet hoe dat kan. Als papa en mama boos zijn op mij dan schreeuwen ze ook. Ze zeggen dat ik normaal moet doen maar wat is dat normaal doen? Ik weet dan niet wat ze van willen. Ik snap het dan niet. Als ik het niet snap dan worden ze nog bozer. Als ze bozer worden dan gaan ze harder schreeuwen en als ze harder gaan schreeuwen dan weet ik dat ik bijna een tik kan krijgen. Dat gebeurt wel eens hoor. Een klap in mijn gezicht of op mijn blote billen. Als ze dat doen moet ik heel erg huilen. Ik kijk dan in de spiegel naar mijn bil en zie dan een afdruk van een hand. Ik moet dan nog harder huilen. Aan de andere kant is het zo dat als ze boos op mij zijn, ze niet boos zijn op elkaar of op mijn broertje en zusjes. Als ik bij andere kinderen speel lijkt het alsof die papa’s en mama’s nooit zo boos worden… Dat vind ik gek maar ook weer niet want mijn papa en mama worden ook nooit heel boos wanneer er andere mensen bij zijn. Voor de buitenwereld lijken we een normaal gezin. Toch is dat maar schijn, want binnen de muren van ons huis is het helemaal niet vreedzaam. Verre van dat… Muren, ik kan niet goed tegen. Ze komen op mij af.

Volgens mij is het stil… Ik hoor niks meer. Zou het gestopt zijn? Naderende voetstappen en het geluid van de slaapkamerdeur. Gelukkig dan kan ik nu gaan slapen. Morgen moet ik weer naar school. Op school is het leuk maar ik denk dan ook heel vaak aan papa en mama. Straks krijgen ze ruzie thuis en dan ben ik er niet. Niemand die ze dan kan ze helpen of er voor kan zorgen dat papa stopt met schreeuwen en mama stopt met huilen. Ik denk daar vaak aan… Niemand weet hoe ik me voel. De juf ook niet. Dat denk ik tenminste. Soms kijkt ze me lang aan. Dat vind ik eng. Niemand mag dit weten, het is mijn geheim. Het is ons geheim.

Gelukkig woont er bij ons in de straat een hele lieve meneer. Zijn huis staat op de hoek, tegenover de grote zandbak waar ik vaak speel. De meneer komt vaak even naar buiten. Hij gaat dan bij ons zitten en dan krijgen we snoepjes. Hij vertelt verhalen over prinsen en prinsessen, over zeemeerminnen en vliegende tapijten. Als die meneer bij ons komt zitten denk ik even niet aan papa en mama.

Het is vrijdagmiddag. Morgen niet naar school en die dag erna ook niet. Ben ik blij of toch niet? Want als ik niet naar school kan dan ben ik dus thuis. Ik hoop dat het een rustig weekend wordt en we iets leuks gaan doen. Wandelen in het bos, naar de kinderboerderij of misschien wel naar het zwembad. Dat ga ik straks vragen aan papa en mama. Ik loop naar huis. De weg van school naar huis. Ik ken het op mijn duimpje. Eerst langs het fietspad, de grote weg oversteken, langs het kleine speeltuintje, over de eerste grote parkeerplaats, dan een brandgangetje, de tweede grote parkeerplaats, dan weer een brandgangetje en dan ben ik op het pleintje vlakbij mijn huis. De grote zandbak die op het pleintje staat is leeg. Er spelen geen kinderen vandaag. Ik loop langs de zandbak en zie mijn huis. Ik open het houten hekje die naar onze tuin leidt. Ik druk op de bel. Mama doet open en begroet me met een kus. Ze vraagt hoe het op school was en ik krijg zoals altijd een kopje thee met melk en suiker en een koekje. Mijn broertje zit tv te kijken en het ruikt binnen naar eten. Mama is al begonnen met het koken. Ze maakt draadjesvlees. Ik houd van draadjesvlees. Het ruikt zo lekker. Ik vertel dat ik op school een masker heb gemaakt van papier-maché. Hij is nog niet af, volgende week gaan we hem verven. Vrijdagmiddag is een leuke middag op school. Eerst nog even wat taal en rekenen en daarna tijd voor iets leuks zoals handenarbeid of koken. Het is een mooie dag. De zon schijnt en het is warm buiten. Ik vraag na het thee drinken of ik naar buiten mag. Dat mag maar ik moet om half 6 thuis zijn, dan gaan we eten. Ik bedenk dat ik ga kijken of mijn beste vriendin thuis is. Dan kunnen we samen naar het park. We hebben een enorm groot park achter ons huis. Ik ken het park heel erg goed. Ik ken de beste verstopplekken. We spelen meestal dat we iemand anders zijn, een dier of een prinses of een prins die de prinses moet redden. We halen ook wel eens kattenkwaad uit. Laatst nog had ik samen met mijn vriendin spijkers op de weg gelegd. Bladeren erover heen en dan verstoppen in de bosjes. De auto’s die passeerden reden er gewoon overheen!

Ik loop naar het einde van de straat. Daar woont mijn vriendin. Ik bel aan. De ouders van Kim zijn een beetje vreemd vind ik. Ze maken heel vaak grapjes die ik niet begrijp. Ze maken dan een grapje tegen mij en iedereen moet dan lachen. Ik begrijp het grapje niet maar ik lach maar wel want anders lijkt dat ook zo stom. De moeder van Kim doet open. Ze kijkt een beetje boos. Ze zegt dat Kim er niet is. Die bij haar oma aan het logeren dit weekend. Ik zeg gedag en ik loop weg. Tranen prikken achter mijn ogen. Het hele weekend weg? En ik dan? Wat moet ik nu doen? Ik speel vaker alleen in het park, zal ik dan gewoon alleen gaan? Eigenlijk mag dat niet van mijn ouders. Ze willen dat als ik in het park speel met iemand anders ben. Ze weten niet dat ik dagelijks alleen in het park te vinden ben. Soms lopend door alle bosjes waar niemand je ziet, soms fietsend, fantaserend. In mijn hoofd speelt zich van alles af. Ik ben constant in gedachten een strijd aan het voeren. Ik voer de strijd met Annemarie. Dat is een meisje die ik niet leuk vind en ze woont in mijn hoofd. Ik denk dan na dat we wedstrijdjes doen. Zij wint meestal maar soms win ik ook… Dan ben ik zo blij!
Ik loop naar de zandbak. De lieve meneer waarover ik vertelde komt naar buiten. Hij heet Berend maar alle kinderen mogen hem Beer noemen. Dat snap ik niet zo goed want hij lijkt helemaal niet op een Beer. Als hij een dier zou zijn zou hij eerder op een hond lijken denk ik. Berend kijkt me aan. Hij vraagt wat ik ga doen. Ik vertel hem dat ik met Kim wilde spelen maar dat zij niet thuis is. Hij vraagt of ik zin heb in een kopje thee met lekkers. Ik merk dat ik een beetje twijfel. Ik wil heel graag een kopje thee met wat lekkers maar ik vind het een beetje gek ofzo… Hij vertelt dat hij heerlijke taartjes heeft en kijkt me lachend aan. Oké zeg ik en loop achter hem aan. Zijn huis in…

Ik loop zijn huis in. Het ruikt er een beetje muf, een beetje zoals het huis van mijn opa en oma. Er ligt een groen tapijt op de grond. Ik vind het niet mooi, het lijkt zo, zo oud… Beer loopt voor mij, hij zegt dat hij zo blij is dat de zon weer lekker schijnt en dat hij het gezellig vindt dat ik een kopje thee bij hem kom drinken. In de kamer is het donker, de gordijnen staan half open, de lampen aan. In de hoek van de kamer staat een kooi met een blauw vogeltje erin. Ik loop naar de kooi. Berend vraagt of ik van dieren houd. Ik vertel hem dat ik heel erg van dieren houd en ik ook graag een vogel zou willen. In de kamer staan twee grijze banken, een televisie, een kast met boeken en een tafeltje met een computer. Hij zegt dat ik mag zitten op de bank, ik ga zitten. Hij loopt naar de keuken en komt terug met een dienblad met een theekan, kopjes en een stuk appeltaart op een blauw schoteltje. Hij geeft mij de schotel met de appeltaart en vraagt of ik ook slagroom wil. Ik wil geen slagroom. Ik wacht even af want hij heeft nog niet gezegd of ik al mag beginnen met eten. Hij kijkt naar me met een vragende blik en vraagt of er iets is. Ik vraag hem of ik al mag beginnen met eten. Hij begint hardop te lachen en knikt met zijn hoofd. Hij zegt dat ik zeker mag beginnen en dat hij het bijzonder vindt dat ik dat vraag. Ik begrijp dat niet want mijn ouders willen dat ik altijd wacht met eten tot dat zij zeggen dat ik mag beginnen maar ik lach maar. Beer zit op de grote stoel vlak naast mij. Hij praat over het weer, vraagt mij over school en wat ik leuk vind om te doen. Ik vertel hem dat ik school leuk vind en dat ik heel graag naar het zwembad ga. Hij zegt dat hij ook houdt van zwemmen. Ondertussen eet ik mijn taartje op. Het is heerlijk. Ik kijk naar de thee. Het is thee zonder melk… Lust ik dat wel? Beer ziet waarschijnlijk dat ik ergens mee zit dus hij vraagt of ik de thee nog wel wil. Ik zeg dat ik altijd thee met melk drink. Hij zegt dat hij geen melk heeft maar dat ik al een grote meid ben en grote meiden hoeven geen melk meer in de thee. Ik heb geleerd om beleefd te zijn tegen volwassenen dus ik drink de thee zonder melk. Eigenlijk best lekker en ik ben een grote meid. Dat heeft Beer zelf gezegd. Ik voel me trots en groot. Terwijl ik de thee drink legt hij zijn hand op mijn been. Dat vind ik een beetje raar en ga verzitten. Ik durf hem niet aan te kijken. Ik vraag me af waarom hij dat doet… Of vindt hij mij heel erg aardig en lief? Dat is wel leuk. Een grote man vindt mij aardig en lief. Beer vraagt trekt zijn hand terug en vraagt of ik wel eens verliefd ben geweest. Oké dat is een gekke vraag en ik schaam me een beetje. Ik word rood en piepend zeg ik ja… Ik ben verliefd op een jongetje uit mijn klas en hij is ook verliefd op mij. Als ik hem zie krijg ik kriebels in mijn buik. We hebben verkering maar ik durf niet met hem te praten.
Beer luistert naar wat ik te vertellen heb. Hij zegt dat hij dat lief vindt en vraagt mij of ik wel eens verliefd ben geworden op iemand die veel ouder is dan ik. Dat is een gekke vraag maar ook weer niet want ik ben verliefd op iemand van de televisie. Je weet wel die man van het jeugdjournaal. Als ik hem zie krijg ik ook kriebels in mijn buik dus daar zal ik dan ook wel verliefd op zijn. Tegen Beer zeg ik dat ik nog nooit verliefd ben geweest op iemand die ouder is dan ik. Dat kan toch ook niet? Ik ben al verliefd op de jongen uit mijn klas en je kunt toch niet twee keer verliefd zijn? Als ik dat vertel vind hij me misschien wel niet meer aardig of stom. Dus ik dat vertel ik niet. Het is warm in het huis. Het lijkt wel of de kachel aan is terwijl het buiten warm is.
Beer stelt mij nog meer vragen. Hij wil weten of ik ook broertjes en zusjes heb. Ik vertel hem dat ik een broertje heb en 2 zusjes. Hij vraagt of mijn papa en mama bij elkaar wonen of gescheiden zijn. Ik vertel hem trots dat ze bij elkaar wonen. Hij vraagt of ik wel eens ruzie heb met mijn papa en mama. Ik word rood. Ik zeg snel dat ik nooit ruzie heb met mijn papa en mama. Dat ze heel lief zijn en bijna nooit boos worden. Hij vraagt of ik het warm heb. Ik zeg ja, hij zegt dat ik mijn vestje dan wel uit mag doen. Eigenlijk wil ik dat niet… maar omdat ik heb geleerd dat je altijd moet luisteren naar volwassenen doe ik het toch. Ik trek mijn vestje uit, onder mijn vestje draag ik een t-shirt met korte mouwen. Ik zie Beer naar mijn arm kijken. Oh nee denk ik. Daar zitten blauwe plekken. Mama was gisteren boos op mij en heeft me toen hard bij mijn arm vast gepakt. Ik heb er nog zo opgelet om mijn vest vandaag niet uit te doen op school en nu heb ik er niet om gedacht. Ik hoop dat hij niks zegt. Ik word weer een beetje rood. Beer zegt er niks over. Gelukkig! Hij vraagt of ik zin heb om een Disney film te kijken. Dat wil ik wel! Hij heeft de film van Assepoester. Dat vind ik zo’n leuke film en wij hebben geen videorecorder. Hij zet de film op en komt naast mij zitten op de bank. De film begint. Na een tijdje is daar die hand weer op mijn knie. Hij vraagt of ik het misschien fijn vind om dichterbij te komen zitten. Tegen hem aan. Is dat niet gek? Tegen iemand aan zitten dat doe je toch alleen bij je papa, mama, opa of oma? Maar straks wordt hij boos als ik dat niet wil? Of vindt hij me niet meer aardig… Ik ga tegen hem aan zitten. Ik kijk naar de film. Assepoester is druk bezig met het schoonmaken van de grote hal. De vervelende kat komt eraan en maakt alles weer vies zodat ze weer opnieuw kan beginnen. Assepoester kan zo mooi zingen! Ze zingt over een nachtegaal. Ik weet niet wat dat is maar het is zo’n mooi liedje. Beer slaat een arm om me heen. Hij aait de over mijn blauwe plekken en zegt dat hij het heel erg voor mij vindt dat iemand mij pijn heeft gedaan. Nu voel ik me niet goed. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik wil eigenlijk weg maar ik durf niet. Zijn handen zij groot. Er zit modder onder zijn nagels zie ik. Zijn hand gaat weer naar mijn knie en dan verder naar boven. Ik krijg het warm en ik ben bang. Ik vraag zacht aan Beer hoe laat het is. Hij zegt dat het 5 uur is. Ik zeg dat ik dan naar huis moet omdat ik moet eten, ook al duurt het nog een half uur voordat ik echt thuis moet zijn. Eigenlijk lieg ik nu terwijl hij juist zo aardig is maar ik wil weg. Beer laat me los. Zet de film uit en pakt mijn vestje. Ik trek mijn vestje aan zonder hem aan te kijken. Hij zegt dat hij nog wat lekkers voor me heeft en loopt naar de keuken. Hij komt terug met een koetjesreep en buigt door zijn knieën. Hij kijkt in mijn ogen. Ik kijk weg. Hij pakt mijn kin beet zodat ik toch in zijn ogen moet kijken. Zijn ogen zijn blauw en donker. Er zitten wat kruimels van de taart op zijn bovenlip. Zijn tanden zijn een beetje geel zie ik. Hij zegt dat ik beter niet tegen papa en mama kan zeggen dat ik bij hem ben geweest. Papa en mama vinden dat misschien niet zo leuk en hij wil niet dat ze weer boos op mij worden en mij weer pijn doen. Ik knik. Hoe weet hij dat mama mij pijn heeft gedaan? Hoe weet hij dat? Ik probeer naar beneden te kijken. Hij tilt mijn kin op en geeft me een kus, zo recht op mijn mond en duwt zijn tong naar binnen. Het voelt nat en smaakt vies. Ik wil echt weg! Ik wil naar huis. Hij laat mijn kin los en geeft me de koetjesreep. Hij zegt dat hij het gezellig vond en doet de deur voor mij open. Ik stap het huis uit, zeg doei en ren naar huis. Onderweg veeg ik mijn mond af. Dit is zo gek. Waarom kust hij mij op de mond en dat was vies. Als ik thuis kom is mijn moeder aan het koken. Ze kijkt op als ik binnenkom. Ze vraagt wat ik heb gedaan. Zou ik het zeggen? Ik hoor de stem van Beer in mijn hoofd; “Straks worden papa en mama boos op jou en dan doen ze je weer pijn.” Ik zeg dat ik in het park was met Kim. Mijn moeder gaat door met koken. Ik ren naar boven, naar mijn slaapkamer. De koetjesreep haal ik uit mijn broekzak en leg hem in de la van mijn bureau. Die hoef ik niet meer. Ik moet er voor zorgen dat ik die koetjesreep ergens kan begraven ofzo zodat ik geen vragen krijg. Ik neem hem morgen mee naar het park. Ja dat doe ik en gooi hem gewoon in het water. Ik loop naar de badkamer en was mijn mond nog een keer met een washandje. Wat moet ik zeggen als mama het washandje vindt. Ik verstop hem onder mijn bed.
Ik moet huilen denk ik of toch niet. Ik begrijp het niet. Wat is er gebeurd. Wat heb ik gedaan? Waarom heb ik dat gedaan? Waarom heb ik hem niet geduwd? Dit is allemaal mijn schuld. Als ik er gewoon met niemand over praat dan komt niemand erachter wat ik heb gedaan. Niemand mag dat weten, het is mijn geheim. Aan de andere kant was het ook wel leuk bij Beer. Ik heb een taartje gegeten, mocht een leuke film kijken en hij was heel aardig tegen mij… Durf ik nog wel een keer naar hem toe? Zou het dan weer gebeuren? Of moet ik wel weer heen gaan want straks zegt hij iets tegen papa of mama als ik niet meer kom. Wat moet ik nou doen?

Wat je in dit verhaal hebt gelezen zijn verschillende elementen waar ik wat dieper op in zou willen gaan…

Het eerste stuk gaat over geweld tussen ouders en naar kinderen. Ouders denken vaak dat hun kind niet heeft gehoord dat er geweld was. Dat kinderen daar niet mee bezig zijn. Vaak is het hetgeen waar kinderen dag en nacht mee bezig zijn. Het meisje hoorde geluiden en ging een eigen verhaal in haar hoofd maken van wat er zou kunnen gebeuren. Het gaat over loyaliteit die kinderen voelen naar hun ouders en het verantwoordelijkheidsgevoel wat kinderen van nature al in zich hebben. De verantwoordelijkheid om de situatie op te lossen. De verantwoordelijkheid voor wat er gebeurt. Het gevoel van schuld en schaamte. Het gevoel van moeten kiezen tussen hun ouders. De gevolgen hiervan kunnen voor het kind zeer ernstig zijn, van kleinere psychische klachten tot depressie, identiteitsproblemen, het niet kunnen aangaan van eigen relaties, angst, depressie, drugs- of alcoholmisbruik, valse inschattingen van de werkelijkheid, verwarring, laag zelfbeeld. Het jezelf misgunnen van geluk. De controle in handen nemen door destructief te zijn. Jezelf en je leven stuk te maken zodat de ander het maar niet doet.
Een eigen wereld creëren om maar niet met de realiteit bezig te hoeven zijn, dissociëren ofwel uit jezelf treden.
De situatie is onveilig maar voor een kind kan het als veilig beschouwd worden. Je weet immers wat er komen gaat en dat creëert dan weer veiligheid. Op latere leeftijd kan het zijn dat je dan op zoek gaat naar dat gevoel omdat dat het gevoel is wat je kent en wat je misschien voor je gevoel ook verdiend. Zoals je leest in het verhaal zijn er mensen die iets door moeten hebben gehad. De buren misschien of de juf die haar net iets langer aan keek dan de andere kinderen. Handelingsverlegenheid is nog steeds groot als het over dit soort onderwerpen gaat.
De ouders van het meisje hebben misschien ook geweld meegemaakt in hun jeugd. Hierdoor hebben ze een verstoord voorbeeld gehad. Als je kijkt naar wat er precies gebeurt in gewelddadige relaties is dat er een patroon is ontstaan, een vicieuze cirkel die vaak moeilijk te doorbreken is. Veel mensen vragen mij vaak waarom vrouwen pas bij ons komen als er al veel geweld is geweest en waarom gaat ze niet gewoon weg? Dat is ingewikkeld om uit te leggen. Zoals ik al zei is het vaak zo dat dit is wat mensen kennen. In een relatie ontstaat een patroon waarin elke partner een rol heeft. Het geeft ook een bepaald gevoel van veiligheid. Doordat er een patroon is weet je wat er gaat komen. Om uit deze patronen te komen heb je hulp nodig maar door de schaamte is hulp vragen vaak te moeilijk en als mensen dan met oordeel reageren dan wordt het voor de desbetreffende mensen nog lastiger. Ik heb vaak gezien dat beide partners het geweld willen stoppen maar niet weten hoe. Want hoe moet je dat ook doen als je geen idee hebt van hoe het anders zou kunnen? Kijk maar naar jezelf. Je leeft een leven met vaste patronen. Je werkt op vaste dagen, je eet op een bepaalde tijd, je hebt rituelen wanneer je opstaat en naar bed gaat. Wat als je opeens alles om zou gooien? Gewoon alles laten vallen en op reis gaan bijvoorbeeld. Dat is best eng toch? Want hoe ziet je leven er dan uit? Blijven de mensen van wie je houdt dan nog wel in jouw leven? Het is natuurlijk een hele andere situatie dan een situatie waarin geweld voorkomt maar ik probeer een idee te schetsen van het veranderen van het leven dat je kent.

Daarnaast heb je de situatie van het misbruik. Ben je bekend met het woord grooming?Grooming is het benaderen van en contact leggen met kinderen door een pedofiel met als uiteindelijke doel het mogelijk maken van seksueel contact door de seksuele drempels en remmingen van het kind te verlagen. De Nederlandse uitdrukking ‘kinderlokker’ komt hier dicht bij in de buurt, hoewel het niet hetzelfde is en misschien is het woord kinderlokker ook wel wat misleidend. Misbruik gebeurt vaak door een bekende van het kind. Ook bij seksueel misbruik binnen een gezin kan sprake zijn van een groomingproces, waarbij de dader de normale familierelatie stap voor stap ‘ombuigt’ tot een seksuele relatie (wikipedia.nl)Berend was al langere tijd bezig met het dit proces. Het contact leggen met de kinderen. Verhalen vertellen. Dan verleiden met snoepgoed, kinderfilms en het verzamelen van informatie over het kind. Het herkennen van signalen van mishandeling en verwaarlozing en dat gebruiken om het kind voor je te winnen.
Doordat kinderen van nature al vaak het gevoel hebben verantwoordelijk te zijn voor alles wat er om hen heen gebeurd, gebeurt dat op dat moment ook. Zeker als degene dan ook nog zegt dat je het beter niet kan door vertellen. Daarnaast het gevoel van iemand vindt mij lief en aardig. De volwassene maakt op dat moment misbruik van zijn macht. De macht die je automatisch al hebt als volwassene in relatie tot het kind. De gevolgen van seksueel misbruik kunnen groot zijn; Posttraumatische stressstoornis, angststoornis met angstaanvallen, stemmingstoornis, zelfmoordneigingen, zelfverwonding, agressiviteit, overmatig alcohol- en drugsgebruik, depressiviteit, (Borderline)persoonlijkheidsstoornis. (Dit komt doordat kinderen zich tijdens het misbruik vaak verplaatsen in een subpersoonlijkheid om zo de gevoelens en pijn de baas te blijven)psychosen, emotionele labiliteit, gevoelens van wanhoop en hopeloosheid, eenzaamheid, moeite met het aangaan van (seksuele) relaties, seksuele problemen, crimineel gedrag, woede-uitbarsting onder andere door projecties. Door bepaalde mensen – voornamelijk met autoriteit- kunnen oude ervaringen worden opgeroepen.

Ik kan je niet uitleggen hoe het voelt om dat als kind mee te maken maar ik probeer het toch. Het is een gevecht tussen wat je voelt en wat je weet, wat je kent. Wanneer een volwassene iets vraagt dan luister je daar naar. Slechte mensen zijn mensen die je niet goed kent of die alleen maar slechte dingen doen. Mensen die onaardig zijn of slechte bedoelingen hebben doen. Ze doen geen aardige dingen, zoals snoepjes geven, verhalen vertellen, luisteren. Ik beschreef over het gevoel van onbehagen. Niet pluisgevoel. Weg willen. Gevaar. Als kind zijnde ontwikkel je denk ik al een intuïtief gevoel van gevaar. 
Zou het niet krachtig zijn om de nieuwe generatie, onze kinderen te leren wat een intuïtief gevoel is en hoe je daarmee om kunt gaan? Dat we onze kinderen kunnen leren dat mensen met slechte bedoelingen niet altijd degenen zijn die per definitie ook slecht zijn zoals de gemene stiefmoeder in Assepoester bijvoorbeeld maar dat het ook mensen kunnen zijn die aardig kunnen zijn? Dat het kind juist leert op zichzelf te vertrouwen en nee mag zeggen, ook tegen een volwassene? Leer je kind over het hebben van geheimen. Er zijn leuke geheimen en geheimen die niet leuk zijn. En hoe reageer je als je kind bij je komt met een geheim? Heb je daar ooit over nagedacht?

Iedereen kan signalen van geweld en misbruik leren herkennen. Misschien hoor je wel eens geschreeuw bij buren. Probeer dan eens in gesprek te gaan. Hoe lastig dat ook is. Je kunt vragen leren stellen zonder daar gelijk een oordeel in te leggen. Weet je wel hoeveel slachtoffers aangeven hoe graag ze hadden gewild dat iemand ze had gevraagd wat er aan de hand was? Er is zoveel schaamte en daardoor soms verlegenheid. Daarnaast leven we in een maatschappij die individualistisch gericht is. We denken vaak ik bemoei me er niet mee maar wat zou er kunnen gebeuren als je dat wel een keer doet. Kun je dan helpen om de vicieuze cirkel te doorbreken? Zou je een verschil kunnen maken? Als je ooit in een situatie waarin je niet weet wat je zou kunnen doen dan kun je altijd Veilig Thuis bellen, 0800 2000.

 

Share